Logopedie

Behandeling

Je maakt je zorgen over het spreken van je zoon of dochter? Hoe jong hij of zij ook is, het is belangrijk dat je hulp zoekt. In de meeste gevallen ben je niet voor niets bezorgd. Hoe eerder hulp wordt verleend, hoe groter de kans dat je kind weer vloeiend gaat spreken.

Tessa Fennema van Logopediepraktijk Willewiis in Franeker gaat met jou in gesprek. Daarna vindt er een observatie en onderzoek plaats. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten doorgesproken. Op basis hiervan wordt besloten wel/niet een behandeling te starten.

Als er behandeld wordt, dan kan dat volgens twee methoden. Bij methode één begeleiden wij de ouders zodat zij hun kind optimaal kunnen ondersteunen bij de spraakproblematiek. Bij methode twee bezoekt het kind de praktijk van Logopediepraktijk Willewiis om daar behandeld te worden. Ook een combinatie van beide is mogelijk.

Dyslexie

Als logopedist zijn we vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. Het kind hoeft op dat moment nog helemaal niet in het leerproces vast te lopen maar de risicofactoren worden al wel gesignaleerd.

Hoewel een goede begeleiding in een vroeg stadium – waarbij we werken met klanken en letters – dyslexie niet kan voorkomen, wordt de uitingsvorm wel verkleind. Binnen Logopediepraktijk Willewiis bieden wij hulp in de vorm van een voorschotbenadering bij kinderen van groep 2. Ook volgen wij de lees- en spellingontwikkeling van kinderen in groep 3. We ondersteunen kinderen en ouders bij de letterkennis (vlot benoemen van de letters) en het vloeiend leren lezen met begrip.

Verder behandelen we kinderen met dyslexie vanaf groep 4. In de meeste gevallen zijn de ouders bij de behandeling aanwezig. Wij zien de ouders als co-therapeut omdat zij degene zijn die het kind thuis gaat begeleiden. Kinderen beleven met hulp van de ouders en van Logopediepraktijk Willewiis weer plezier aan het lezen en schrijven!

Stotteren

De omschrijving van ‘stotteren’ is: niet vloeiend spreken. Net als alle kinderen struikelt je kind wel eens over zijn/haar eigen woorden. Dit is heel normaal. Jonge kinderen leren praten en kunnen in hun enthousiasme struikelen. Ook kan het dat ze er even niet uitkomen hoe ze iets willen zeggen. Deze haperingen kunnen er op de volgende manieren uitzien:

  • je kind herhaalt lettergrepen, woorden, zinsdelen
  • je kind houdt klanken lang aan; het blokkeert

Kinderen hebben het zelf ook in de gaten dat de spraak niet altijd even soepel verloopt. Het risico om bepaald gedrag te ontwikkelen, zoals knipperen met de ogen en ‘duwen’ bij het praten, kan dan ontstaan.

Articulatiestoornis

Bij afwijkingen in de mond of de keel kan een kind bepaalde klanken soms niet goed vormen. De logopedist zal daarom de spraakorganen van je kind onderzoeken. Worden er afwijkingen gevonden dan vertellen we wat we kunnen doen. Heeft je kind bijvoorbeeld een grote neusamandel, waardoor het “door de neus” (gesloten nasaal) praat, dan overleggen we met de huisarts voor een verwijzing naar de KNO arts. Die kan besluiten om de neusamandel te verwijderen. Ook het verhemelte van je kind kan aan de korte kant zijn. In dat geval praat je zoon/dochter ook door de neus maar dan open nasaal (‘neuslek’).

Meestal worden er geen fysieke afwijkingen gevonden en ligt de oorzaak van de spraakstoornis aan een onjuist gebruik van de spraakorganen. Het kan zijn dat je kind de gewoonte heeft om de mond open te houden die de lipspieren doet verslappen. De KNO-arts kan in dat geval eenvoudige oefeningen adviseren die de lipspieren oefent.

Is dit niet afdoende of zijn de problemen toch wat ingewikkelder? Dan kan je zoon/dochter worden doorgestuurd naar Tessa van Logopediepraktijk Willewiis voor gerichte oefentherapie. Overigens hoeft je kind klanken als “sch” of de “r” pas met 7 jaar te beheersen.

Taalstoornis

Een taalontwikkelingsstoornis is een stoornis in het leren van taal. Sommige kinderen zijn laat met praten. Ze beginnen bijvoorbeeld pas op 3-jarige leeftijd met het praten in zinnen. We spreken dan van een vertraagde taalontwikkeling, wat niet – we herhalen – wat niet per se problematisch hoeft te zijn.

Bij andere kinderen verlopen stukjes van de taalontwikkeling anders dan gemiddeld. Een kind – laten we hem Dennis noemen – kan bijvoorbeeld een grote woordenschat hebben. Dennis begrijpt alles wat er gezegd wordt uitstekend. Maar hij heeft moeite met het verwoorden van datgene wat hij wil vertellen. Dan is er sprake van een afwijkende taalontwikkeling.

Als je als ouder ongerust bent, kun je dit aangeven bij de consultatiebureau-arts of de huisarts. Daarnaast is het mogelijk om een taalonderzoek te laten uitvoeren bij het multidisciplinaire taalteam van een Audiologisch Centrum. Dit gebeurt op verwijzing door de huisarts.

Op basis van de uitkomst bekijkt Logopediepraktijk Willewiis hoe we het kind, de ouders en eventueel de school, verder kunnen helpen.

Open mond gedrag

Als bepaalde spieren of spiergroepen niet goed functioneren, heeft dit vrijwel altijd gevolgen voor de vorm van het gebit en/of de kaken. Vaak is dan ook de spraak gestoord. Als uitsluitend de spraak gestoord is, kan klassieke logopedie uitkomst bieden. Als de kaken, de tanden en kiezen en/of het kaakgewricht bij het probleem betrokken zijn, werken wij samen met een in oro-myofunctionele therapie (OMFT) gespecialiseerde logopedist.

WAT DOET LOGOPEDIEPRAKTIJK WILLEWIIS?
Logopediepraktijk Willewiis adviseert over een behandeling en stemt deze af op het kind. Mondademen moet zo vroeg mogelijk worden gestopt om terugkerende verkoudheid en oorontsteking te voorkomen. De behandeling is vooral gericht op lipsluiting en op het verstevigen van de mondmotorische spieren.

Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken. Ook geven we oefeningen om de neusademing te stimuleren. Daarnaast wordt de tongpositie zowel in rust als tijdens de spontane spraak getraind en komt articulatie aan bod. Het afwijkend slikken wordt voor of na het wisselen van de voortanden aangepakt. Verder is het belangrijk om duimzuigen vóór het wisselen van de voortanden af te wennen omdat dit een nadelige invloed op de gebitsontwikkeling heeft.

Beamtukeopenmond2

Vertraagde spraakontwikkeling

De spraakontwikkeling noem je vertraagd als een kind in zijn spraak duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder. Hij spreekt in enkele woorden of korte zinnen en zijn omgeving vindt het lastig om het kind te verstaan en te begrijpen. Soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een vertraagde spraakontwikkeling kan samenhangen met bijvoorbeeld slechthorendheid.

Een vertraging in de spraakontwikkeling kan tot gedrags- en leerproblemen leiden.

WAT DOET DE LOGOPEDIST?
De logopedist onderzoekt de taal en spraak van het kind waarbij onder meer gestandaardiseerde testen worden gebruikt. Waar nodig verrichten kinder- of KNO-artsen een aanvullend onderzoek.

De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag. De woordenschat wordt gestimuleerd, de zinsbouw en uitspraak verbeterd. Ouders worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken.

RESULTATEN
Kinderen kunnen al voor hun tweede levensjaar terecht bij de logopedist. Zeker als de problemen op jonge leeftijd worden onderkend, is een vertraagde spraakontwikkeling goed te behandelen. Wat de oorzaak is van de vertraagde ontwikkeling is wel belangrijk voor het uiteindelijke resultaat.

Vaak gestelde vragen & antwoorden

Werken jullie bij dyslexie alleen aan de spelling?

Nee. We nemen het totaalpakket zoals lezen, spellen en vooral ook de pijler emotionele ontwikkeling zoals faalangst, onzekerheid, boosheid, frustratie en vermijdingsgedrag.

De leerkracht kan mijn kind niet goed verstaan. Thuis weten we precies wat hij bedoelt. Hoe kom ik er achter of er sprake is van een spraakachterstand?

Dat kan alleen door dit objectief te onderzoeken. Wij nemen dit af en vergelijken de onderzoeksresultaten met wat kinderen van dezelfde leeftijd normaal gesproken moeten kunnen.

De school zegt dat begrijpend lezen niet goed gaat. Doen jullie daar ook iets mee?

Jazeker. We sluiten uit of er sprake is van een kleine woordenschat en hoe het gaat met begrijpend luisteren. Vervolgens behandelen we die gebieden die het begrijpend lezen ondersteunen.

Hoe staan de spieren/spanning nek en keel in verband met stemklachten?

Wanneer de spieren veel spanning hebben, trekken deze onder andere aan de spieren rondom de larynx (het strottenhoofd) en daarmee aan de spieren bij de stembanden. Dit kan weer klachten geven op gebied van de stem.

Waarom kijk je naar de spierspanning, slikken en tongpositie als alleen de /s/ en de /t/ niet goed worden uitgesproken?

Het kan zijn dat de tongspieren te slap zijn om deze klanken te vormen. Dat tijdens het slikken of spreken de tong tegen de tanden aan drukt of kans heeft er tussen te komen.